Fiji

Zondag 22 Juli 2012, Muscet Cove Marina, Malolo Lailai island, Fiji

Gisteren zijn we weer  terug gekomen in Musket Cove Marina. Twee weken geleden namen we hier afscheid van de World ARC. We hebben een leuke  groep zeilers ontmoet en genoten van de verhalen. Er was een gezellig diner , een toespraakje en we kregen een aardige herrinnering.

“Welcome Home” riepen ze nu weer in Musket Cove Marina. Eigenlijk waren we van plan om naar de Yasawa eilanden te gaan, maar er is veel regen voorspeld voor de komende dagen en dan is het hier een prachtige plek in de beschermde lagoon, omgeven door palmbomen  en witte stranden.

Na het vertrek van de ARC hebben we nog een paar dagen heerlijk genoten van de faciliteiten van het resort.

Intussen een nieuw uitlaatspruitstuk gemonteerd op de generator en de watermaker weer aan de gang gekregen.
We hebben ook gekanood naar een droogvallend eilandje en daar gezellig  gepicknickt. Veel gezwommen en gesnorkeld.

Toen naar Denarau gegaan. Dat ligt hier 3 uur varen vandaan  op het hoofdeiland Viti Levu . We hebben gebeld en kunnen er pas na 4 uur ’s middags terecht. In de marina krijgen we eerst de plaats van een “mega  yacht” .

De  volgende ochtend  kunnen  we naar een beter passende plaats met aansluiting voor water en electriciteit. Vanaf de marina is er een busverbinding met de stad Nadi.

Met boodschappentassen gaan Jannet en Wilma daar zaterdag naar toe. Zij zien ook een ander stukje Fiji en de lokale markt waar de bevolking haar waar op de grond verkoopt.

En dan is het zondag 15 juli. Thijs is jarig. Onze familie De Graaf komt uitgebreid feliciteren. Zoals gebruikelijk loopt de koffie met gebak uit tot in de middag met hapjes en wijn. Het is heel erg gezellig. Er zijn kadootjes en een geweldig lied van de Seaquest bemanning.

Als Huib Jan de Seaquest laat poetsen, willen we niet achterblijven en krijgt Luna Verde ook een grote beurt. Met vier man sterk wordt er twee dagen hard geboend en gepoetst.

Met een tandenborstel worden alle roestplekjes van het roestvrij staal verwijderd en de romp en het dek worden in de was gezet. Luna Verde ziet er uit zoals we haar nog niet eerder zagen, als nieuw.

Donderdag gaan we op excursie. In een mini-bus.  Eerst naar het plaatsje Ba, waar een uitgebreide groente en fruit markt is. Daarvoor speciaal boodschappen tassen meegenomen.  De waar ligt hier keurig uitgestald op lappen stof op de grond  en op tafels alles  in afgemeten porties voor  1, 2 of 3 dollar. Er wordt vrijwel uitsluitend verkocht door vrouwen. Het aanbod van kava is hier erg groot. Van de wortels van de kava plant wordt de kavadrank gemaakt.

Dan naar Navala, het laatste dorp op Viti Levu, waar nog volgens oorspronkelijk tradities geleefd wordt. Onderweg komen we veel vrachtwagens volgeladen met suikerriet tegen. Het is hier nu campagne en het riet wordt naar de suikerfabriek in Lautoka gebracht.

Het dorpje Navala ligt in een dal tussen de bergen en ziet er heel idylisch uit. De huisjes hebben drie deuren en geen ramen. Er is een deur voor de baas en de mannen, een voor de gasten en een voor de vrouwen. Binnen is een open ruimte met een enkele kast en langs een kant staan bedden. We worden door het opperhoofd ontvangen met de “kava ceremonie”. De meegebrachte kava gaat in een doek en er wordt water over heen gegoten.

Het drankje, dat dan ontstaat, heeft een licht verdovende werking.  We drinken het uit een kokosnootschaal. Smaakt apart. Als we allemaal wat gedronken hebben mogen we het dorp verder bekijken. We bezoeken ook de school van het dorp, ontmoeten heel veel enthousiaste kinderen, en krijgen een lunch, die bestaat uit diverse gerechten bereid uit groente, vlees, vis, broodvruchten en de nodige knol-achtige  gewassen (Taro’s). We zijn moe als we na een boeiende dag weer thuis komen.

Vrijdag wat kalm aan en nog wat boodschappen gedaan in Nadi, met de bedoeling om zaterdag naar de Yasawa eilanden te gaan, als er niet heel veel regen was voorspeld. We gaan daarom weer terug  naar Musket Cove Marina op Malolo.

Naar Fiji

Musket Cove, Viti Levu, Fiji, Woensdag 4 juli 2012

Vrijdag 29 juni, na koffie en een snelle lunch bij het Aquarium Cafe, vertrekken we van de rede van Neiafu, Kingdom of Tonga. ’s Ochtens eerst uitgeklaard en nog een paar souveniers gekocht van onze laatste Tonga dollars. De wind is oost-zuid-oost, 15 tot 20 knopen en onze koers is west. Luna Verde vindt dat leuk en loopt ruim 8 knopen onder grootzeil en uitgeboomde genua. Na 250 mijl varen we door de Oneata Passage in het donker de eilanden groep van Fiji binnen. We zijn dan ongeveer halverwege. De wind neemt gestaag af en zakt tot onder de 10 knopen. Volgens de grib-files blijft dat zo en komt de passaat pas 4 juli terug. We besluiten om de rest van de tocht gaan we op de  motor verder. Dat geeft in ieder geval voldoende stroom, want de generator hebben we gestopt omdat de uitlaat beek te lekken. Leuk projectje voor op Fiji. Ook de watermaker valt regelmatig uit en willen we op Fiji eens grondig nakijken. Voorlopig hebben we volle watertanks en ruim voldoende diesel.

Op zondag 1 juli om 16:00 uur passeren we de 180° van oost naar west. De GPS gaat nu weer aftellen en op de plotter varen we links van het scherm af om er rechts weer op terug te komen.

.

We varen over een langzame deining op een anders gladde zee. Op de AIS zien we, dat er een indrukwekken schip op ons af komt, 222 meter lang en 25 meter breed en met een snelheid van 16 knopen. Zou op ander halve mijl voor ons langs gaan als hij niet plotseling draaide en recht op ons af kwam. We vragen wat de bedoeling is. Als antwoord krijgen we het verzoek om uit de buurt te blijven omdat het schip “out of control” is. 

Even later meldt de schipper dat de motoren zijn  gestopt en dat het schip op de stroom naar het noordoosten drift. Wanneer  we er aan de zuidwest kant langs varen zien we een grote wolk roet uit de schoorsteen komen en lijkt het schip zijn koers te vervolgen. We krijgen een bedankje omdat we zijn uitgeweken.

De Fiji eilenden groep ziet er weer anders uit  dan de eerdere eilanden waar we langs kwamen. Indrukwekkend groot en ronder. We gaan naar Lautoka om in te klaren en komen daar om 4 uur in de ochtend aan. Kade is goed verlicht. We worden naar de ankerplaats gewezen en moeten wachten tot de volgend ochtend om in te klaren.

.

Bij Customs lijkt eerst alles heel vlot te gaan. We hadden onze gegevens al opgestuurd en die blijken netjes in de computers te zijn ingevoerd. Toch moeten we nog naar het Health office voor een gezondheidsverklaring en moeten de Quarantaine, Immigration en Custom mensen aan boord voor inspectie. Tenslotte blijkt, dat we ook nog een Cruising Permit nodig hebben om Laukota te mogen verlaten. Het Permit moet per fax in Suva worden aangevraagd, wat wel een dag kan duren, maar dat dankzij de medewerking van een vriendelijke dame van het bureau, al  ’s middags voor ons klaar ligt.

Op volle kracht varen we naar Musket Cove Marina op Malolo Lailai, waar we door ARC Rally Control net voor het donker worden ontvangen. Bij het licht van de volle maan worden we samen met de Seaquest naar onze ligplaats geleid.

Neiafu, Vava’u Group, Kingdom of Tonga

Woensdag 27 juni 2012

We zijn al weer een week op Vava’u. Het is hier nu winter en niet zo heet. Overdag 25 graden en ’s nachts koelt het af tot een graad of 18. Eigenlijk heel aangenaam.

We kennen inmiddels de weg naar de supermarkt met blikken en diepvries. Op de markt kopen we de groente en het fruit, dat in de tuinen groeit, zoals papaya’s, meloenen, pompelmoesen, ananassen, wat sla, diverse soorten wortels (taro’s) en natuurlijk bananen, die hier heel zoet zijn. Op zaterdag is er meer, onder andere appels uit Nieuw Zeeland. De zaterdagmarkt is gezellig druk tot een uur of twaalf. Dan sluiten ook de meeste winkels en loopt het stadje langzaam leeg.

Op zondag zit iedereen in de kerk. Op straat is er niets te doen, sport is dan verboden en er vliegen geen vliegtuigen.

Tonga is overwegend christelijk. Zondag hebben we een mis bezocht. Er werd indrukwekkend mooi gezongen. Vier-stemmig en alle stemmen zitten door elkaar in de kerk. In de preek moet humor gezeten hebben, want er werd regelmatig gelachen.

We horen dat de familie hier een centrale rol speelt en dat vaders oudste zuster het meeste respect geniet. Veel families komen per pick-up naar de kerk. Bijna iedereen draagt er een rieten omslagrok. Als een van de weinige toeristen in de kerk vallen wij wat uit de toon. Toch worden we vriendelijk opgenomen in het gebeuren en krijgen we handen geschud.

Vava’u is de plaats waar walvissen uit het zuidelijk pool gebied naar toe gaan om te bevallen. Het schijnt dat er al een enkele walvis met kalf gesignaleerd is, maar het is nog wat vroeg in het seizoen.  Voor we weer verder varen naar Fiji willen we nog een aantal ankerplaatsen verkennen in de eilanden groep. Misschien dat we nog een walvis tegenkomen.

.

.

.

.

.

Naar het Koninkrijk Tonga

Neiavu, Vava’u grup, Kingdom of Tonga, Maandag 25 juni

We liggen niet echt lekker voor Rarotonga. Aan de open kust slingeren we behoorlijk op de golven. De ankerketting rammelt over het koraal. Dit is eigenlijk een plek waar je volgens de boekjes niet moet liggen. Woensdag 13 juni vertrekken we met bestemming Niue, een tocht van  540 mijl.

Zo gauw de zeilen staan keert de rust weer terug. We glijden prachtig over de golven met 15 knopen halve wind. Het gaat snel. Het eerste etmaal doen we 171 mijl. Dit is het soort passaatwind dat we nog niet eerder hadden. De dagen erna neemt de wind wat toe, draait iets naar het oosten  en varieert tussen 18 en 25 knopen. Er is geen maan en er komt steeds meer bewolking. We gaan griezelig hard door het donker en besluiten om toch maar weer ’s nachts te reven.

Als we Niue naderen overleggen we met Seaquest. Het is donker, er staat een stevige deining en de kust van Niue biedt geen echte bescherming. Na onze ervaring bij Rarotonga besluiten we door te varen naar Vava’u, de noordelijk eilenden  groep van Tonga. In de verte zien we een zwak schijnsel van Niue.

Zondag draait de wind naar het oosten. We vallen wat af om ruime wind te kunnen blijven varen. De bewolking neemt toe en het regent af en toe. Dan horen we een stevige knal en blijkt het tussenwant boven de eerste zaling los. Met de verrekijker zien we dat de spanner gebroken is. We reven het grootzeil tot de helft en met volle genua halen we toch nog 6 knopen. De mast blijft recht.

Als we op maandag ten zuiden van Vava’u aankomen is het zwaar bewolkt en regenachtig. De eilanden zijn niet hoog. Het ziet er uit alsof we op een Nederlands zomerdag langs de Zeeuwse kust varen. We zetten de motor bij.  In buien is het zicht maar net genoeg om binnen te kunnen varen. De electronische C-Map kaart blijkt op sommige plaatsen meer dan een halve mijl fout. Zoiets hebben we niet eerder meegemaakt.

Maandag om 16:00 uren meren we af op Neiafu, de hoofdstad van Vava’u, aan de kade bij Customs, achter de Seaquest, die er een paar uur eerder was. Omdat we onderweg de datumgrens passeerden en weer verder West zijn, is het dan Dinsdag 19 Juni en inmiddels 15:00 uur. We hebben 872 mijl gevaren.

Inklaren gaat vlot. De ambtenaren van Customs, Immigration, Quarantaine en Health zijn vriendelijk, hebben gevoel voor humor, en helpen met het invullen van de fomulieren. De kosten zijn ongeveer 150 tonga dollars (75 Euro), die we vlakbij kunnen pinnen.

Vlak voor het donker maken we vast aan een meerboei bij het Aquarium Cafe. De World ARC is daar inmiddels al weer vertrokken. Een enveloppe met documentatie hebben ze voor ons achter gelaten. Bij het Aquarium Cafe is WiFi en bellen we de familie via Skype.

De volgende dag eerst de mast in om het gebroken want er af te halen. Ondanks de aanwezigheid van een chartervloot van “Moorings”, zijn de technische mogelijkheden hier  primitief en beperkt.

Een tuiger is er niet. Maar een dag later vinder we James. Hij heeft een kleine werkplaats en kan roestvrij staal lassen. Heel netjes last James de spanner. Met een uurtje heeft Thijs het want er weer op en gaan we het stadje verkennen.