Weer in het water
Bundaberg, 1 mei 2013
Het is er toch van gekomen. We liggen weer in het water. Veel later dan gedacht, maar we hebben weer een prachtig teak dek en we hoeven geen ladder meer op te klimmen om aan boord te komen.
Het was heel bewerkelijk om al het rubber uit de naden te vervangen. Jeff, onze timmerman is er ruim vijf weken mee bezig geweest.
Wij hebben met het ritme van de werf mee geleefd. Zes uur op, zeven uur aan het werk en half tien koffie. We deelden de ongemakken van het verblijf op de kant met andere zeilers, die er ook naar verlangen om weer verder te varen en we vergeleken plannen.
In het weekend trekt iedereen er op uit. De meesten gaan vissen. Jeff’s hobby is “crabbing” Op zondagmiddag werden we getracteerd op een pan vol krabben. Dat smaakt heerlijk met een glas witte wijn en brood met boter.
Intussen is de onderkant voorzien van een nieuwe laag anti-fouling en hebben we de afsluiters gecontroleerd. Het stiksel van de luikkleedjes was verteerd en hebben we opnieuw laten stikken.
De romp heeft Thijs gepoetst en Wilma heeft het roestvrijstaal schoongemaakt. Dit keer laten we de schroef behandelen met “prop-speed” in de hoop dat dit de schroef langer vrijhoudt van allerlei aangroeisels.
Nog een paar dagen om onze voorraden weer aan te vullen en de boot weer in te richten als zeilschip. We hebben er zin in.
Nieuw Zeeland, Zuider Eiland
Bundaberg, 22 april 2013
De werkzaamheden aan de boot gaan nog wel een paar weken duren. Goed voor een bezoek aan Nieuw Zeeland. Twaalf dagen met een campervan trekken door het Zuidereiland.
Op vrijdag 5 april vliegen we van Brisbane naar Christchuch, waar we rond middernacht door de douane zijn. Het hotel ligt om de hoek. De volgende dag halen we de campervan op naast het hotel. Het is een Mercedes Sprinter, uitgerust met douche en toilet en een kombuis. We hebben een magnetron, koelkast, verwarming en koud en warm water. Alles piepklein, maar prima voor ons tweeen. De camper is helemaal “self contained”. We mogen daarom 20 km buiten de bebouwde kom overal kamperen.
Om te wennen gaan we de eerste dag maar een klein stukje. Ca. 80 km naar Akaroa op het schiereiland Banks. Onderweg doen we boodschappen. De AA travel guide voorspelt “dazzling surrounds” op weg naar Akaroa, en dat blijkt te kloppen.
Later komen we er achter, dat het Zuidereiland een en al “dazzling surround” is met ontelbare “stunning views”. Als er ergens op wereld een plek is waar de superlatieven van reisgidsen echt kloppen is het wel hier.
Akaroa is een Fransig stadje. Het is de enige plaats waar Fransen ooit geprobeerd hebben zich te vestigen in Nieuw Zeeland. De straten heten nog Rue Jolie, Rue Francois, Rue Levant.
We overnachten op een prima uitgeruste vakantiecamping. De campers staan hier netjes naast elkaar, ieder met zijn eigen snoertje in de walstroom, net als in een marina, alleen de stootwillen ontbreken.
We verdelen de boodschappen en onze bagage over de kastjes en voelen ons al snel thuis. Buiten is het koud, 8 graden, en de kachel gaat aan.
De volgende ochtend staan we een uur vroeger op dan we dachten. Het blijkt, dat het hier einde zomertijd is. De klok is vannacht een uur teruggezet. Als we wegrijden, lijkt iedereen nog te slapen. We vinden het erg rustig op de weg. Later blijkt dat het hier altijd rustig is op de weg.
We rijden zuid. In Geraldine laten we ons voorlichten bij het Info-centrum, we stoppen bij Lake Takapo om te genieten van de turkooise kleur van het water en het mooie landschap (breath taking scenery and awsome mountainscapes) en rijden daarna verder naar Aoraki, aan de voet van Mount Cook.
Mount Cook is de hoogste berg van Nieuw Zeeland, 3754 meter. We overnachten midden in het National Park, omgeven door de stille schoonheid van de bergen en de gletsjers.
De volgende dag lopen we de Hooker trail naar het gelijknamige meer en de bijbehorende gletsjer. Over drie hangbruggen en door het morenepuin banen we ons een weg. Het is twee uur heen en twee uur terug en echt spectaculair.
We worden omringd door het bruisende geluid van snel stromend water, af en toe onderbroken door en knal en gerommel als er ergens een stuk ijs afbreekt en naar beneden dendert.
De gletsjer zelf is ronduit lelijk. Anders dan bij stijle gletsjers, smelt het ijs hier van boven af en blijft er een dikke laag puin op het ijs achter. De Tasman gletsjer, hier om de hoek, is ook lelijk, maar eindigt in een heel fraai meer, waar opzienbarende stukken ijs in drijven.
Over een paar dagen zullen weer terug zijn bij Mount Cook, maar dan aan de west kant. Nu rijden we door de Waitaki vallei in de richting van Oamaru.
In Kurow even gestopt. Italianen hebben hier Pinot Grigio aangeplant en maken er hele droge wijn van.
Het Zuider eiland is het meest zuidelijke wijnland ter wereld. De lucht is zuiver, de bodem bevat veel kiezel en er heerst een uniek zeeklimaat: niet al te warme zomers en milde winters.
Maar we vinden het nog te vroeg om een glas te proeven.
Eventjes verder stoppen we bij de olifantenrotsen, een grappige formatie van rotsen in een weiland.
.
In Oamaru lijkt de tijd gestopt in 1930. Een prima plek voor een pub-lunch. Het wordt tongfilet met salade en frietjes en het smaakt ons uitstekend. Hier lang de kust leven een paar kolonies pinguins.
Het zouden kleine blauwe pinguins en geelogige pinguins moeten zijn, maar als wij aankomen zijn ze net allemaal uit vissen. Ze komen vanavond pas terug. Wel zien we een paar zeeleeuwen.
We rijden verder naar het zuiden. Bij Mouraki is het laag water. Prima om de Mouraki Boulders te kunnen zien. Het zijn marmer-achtige bollen. Door een speling van de natuur zijn ze aan het oppervlak gekomen.
De aarde is hier geplooid en gevouwen, graniet is met zandsteen gemengd, ondergedompeld onder zee niveau en weer opgetild.
Bij Kaitiki Point overnachten we op een kleine en gezellige camp ground. Dit was ooit een uitvalshaven voor de walvisvangst. Voor de kust liggen nu een paar vissersbootjes voor anker.
Het is een zonnige dag als we door Palmerston en andere goudzoekersplaatsjes rijden met een goed geconserveerde uitstraling uit de 30-er jaren.
Vanaf Dunedin richting west wordt het landschap fabelachtig. De laatste twee miljoen jaar vormgegeven door gletsjers. Heuvels met afgezoomde velden en weilanden.
We zijn daarvoor geen maat, maar we hebben nog nooit zoveel schapen bij elkaar gezien. Er leven in Nieuw Zeeland zo’n 40 miljoen schapen, 10 keer zoveel als mensen. We weten nu waar de wol vandaan komt en de lamsbouten. Daarnaast ook rundvee en rendieren. De rivieren zitten vol zalm en forel.
Ruim voor het donker zijn we in Te Anau. We parkeren onze campervan aan de rand van het Te Anau meer, midden in Nieuw Zeelands grootste nationale park Fiordland, om de volgende dag naar de Milford Sound te gaan.
We willen via de Milford route, 119 km. Er zijn geen tankstations onderweg dus lijkt het verstandig om te vertrekken met een volle tank. Maar Thijs vergist zich en vult met benzine in plaats van diesel.
Geen andere oplossing dan de tank onder de auto uit te halen en leeg te maken. Bij het pompstation blijken ze daar verrassend veel ervaring mee te hebben. Na de lunch is alles geklaard en kunnen we vertrekken. Exact volgens de voorspelling begint het op dat moment te regenen.
De route blijkt onvoorstelbaar mooi. Een slingerweg door de bodem van het ravijn. Stijle rotsen rijzen links en rechts naast ons ver omhoog. Hoe dichter we bij het fjord komen, hoe meer watervallen er van honderden meters naast ons neer kletteren. Het is een sprookjesachtige omgeving. Het regent hier 8 meter per jaar en dat creeert talloze spectaculaire watervallen.
Na twee uur rijden zijn we bij de Milford Sound. We parkeren de camper naast een riviertje en hopen dat het morgen zonniger is.
’S nachts gaat het nog even heftiger regenen. Er ontwikkelt zich een onweersbui met rukwinden. Onze camper staat te schudden op zijn banden. De volgende ochten begint weer als een stralende dag.
We gaan met de vroege cruise de Milford Sound op, of eigenlijk de Milford Fjord, uitgesleten door gletsjers. Door de regen van gisteren zijn er veel meer watervallen dan normaal. We varen naar buiten tot we de deining voelen van de Tasman zee en dan weer terug, tot vlak onder een waterval ( zie filmpje Milford Sound Fall
We komen fles neus dolfijnen tegen en zeehonden. De rotswanden zijn stijl en groen begroeid. Boven alles uit steekt de besneeuwde top van de Mitre Peak, 1700 meter hoog. Adembenemend.
Terug langs de Milford highway wandelen we de Chasm, langs een paar denderende watervallen (zie filmpje Marianne Falls) en we klimmen een eind langs beekjes in de richting van Lake Marian. Er zijn veel rotsen en weinig pad en we keren terug om voor het donker te parkeren bij Henry Creek. Als we bij de auto komen worden we opgewacht door een bedelende Kea, die zich graag laat fotograferen.
Naar het meren gebied. Na koffie bij Five-Rivers zijn we voor de middag in Queenstown. Een vrolijk toeristen stadje, goed om onze voorraden weer aan te vullen en de geboorteplaats van het Bungy Jumpen. Dat doen we maar niet en gaan verder naar Arrowtown.
.
Arrowtown is een levend muzeum van de goudzoekerstijd. Als we aankomen vallen we midden in de festiviteiten ter gelegenheid van de 150 jarige ontdekking van goud in de Arrow rivier, ooit de rivier met het meeste alluviale goud ter wereld.
Er is veel muziek ook goudpannerscompetitie en een indrukwekkende optocht. We vermaken ons uitstekend en besluiten om pas de volgende dag verder te gaan.
Zondag verder door het merengebied richting westkust. Op de hellingen naast het rivierdal zien we uitgestrekte wijnvelden, omzoomd door spetterende herfstkleuren.
.
Dan langs het Wanaka meer, slingerend over de Haast Pas, naar de kust met duinen en strand. Hier geen herfstkleuren meer, maar naaldbomen.
Na anderhalf uur rijden zijn we opnieuw bij gletsjers, eerst de Fox gletsjer. We lopen een half uur over grote brokken morene puin naar de punt van de gletsertong. De klim wordt beloond met een geweldig uitzicht over de indrukwekkend ijsmassa. We zijn nu aan de westkant van Mount Cook waar we een paar dagen eerder de Hooker en Tasman gletsjes bezochten. De Fox gletsjer smelt meer van onderen en is dus niet bedekt met een lelijke laag puin. Betreden van de gletsjer mag alleen onder begeleiding van een gids. Wij vinden het uitzicht al indrukwekken genoeg.
Het is inmiddels te laat geworden om ook nog de Franz Josef gletsjer te bezoeken. Dat doen we de volgende dag. Eerst nog een nachtje in de camper langs het Maporaika meer.
De volgende dag lopen we waar 100 jaar geleden nog een gletsjer tong was. Nu groeit er fris groen struikgewas. Verder gaat het pad weer over keien en rotsblokken. We mogen niet bij de gletjer komen. Niet lang geleden zijn er grote stukken ijs naar beneden gekomen.
Verder langs de kust is het landschap een soort “Alpen Maritime”. Er groeien Nieuw Zeelandse palmbomen.
Bij de pannekoekrotsen moeten we natuurlijk even stoppen. Het is precies hoogwater. De deining komt hier met geweldige dreunen binnen in de spelonken en spuit omhoog door blaasgaten. De naam pannekoekrotsen spreekt voor zichzelf.
Terug naar de oostkust gaan we over Arthur’s pass. Ruim voor de middag zijn we op de pas en wandelen de Arthur’s Pass Walking Track. Een supermooi aangelegde track langs de helling van de Bridal Veil Creek. An de ene kant van het pad gaat de rots stijl omhoog, aan de andere kant stijl naar beneden. Over bruggetjes passeren we veel beekjes. Als we boven de bomengrens komen begint het helaas te regenen. Met de regenkleding aan keren we weer terug door het bos.
Terug in Christchurch lopen we nog even door de stad die zo getroffen is door een aardbeving in 2011. Er waren meer dan 180 doden. Van het centrum is eigenlijk niets meer over. Veel hystorische gebouwen kunnen niet meer betreden worden.
Intussen zijn we wel weer benieuwd geworden hoe het met Luna Verde staat, en op donderdag 18 april vliegen we weer terug.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Sydney, NSW, Australia
Sydney, Maandag, 25 Maart 2013
We hebben een leuke tijd gehad. Genoten van weerzien van familie en (zeil-) vrienden, van oud-collega’s en vele bekenden en genoten van kinderen en kleinkinderen. Op zaterdag 9 maart vliegen we weer van Amsterdam via Guangzhou naar Brisbane, waar we een nachtje uitrusten om de volgende dag, het is dan inmiddels dinsdag, met de Tilt Train verder naar de boot in Bundaberg te gaan. Het weer is hier inmiddels ook weer aangenaam geworden. Een enkel buitje bij temperaturen van 29 graden overdag en 22 graden ’s nachts.
Luna Verde heeft het noodweer van eind januari goed doorstaan. Het heeft toen vier dagen massief geregend. Grote delen van Bundaberg waren ondergelopen. In het complexe lagedrukgebied ontwikkelden zich ook nog een aantal tornado’s.
De sporen ervan zijn nog duidelijk te zien. Steigers en meerboeien in Bundaberg-stad zijn weggespoeld, samen met ca. 70 boten, waarvan er nog een paar op het strand liggen.
In onze marina is de schade beperkt. De werf ligt hoog en de tornado’s zijn er ruim langs gegaan. Aan boord is alles nog schoon en droog. We hebben de ontvochtiger aan gehad en die heeft zijn werk goed gedaan.
Uit Nederland hebben we nieuwe membranen voor de watermaker meegenomen en brandstoffilters en impellers voor de generator en de motor, ook anodes voor de schroef en boegschroef en een nieuwe kruiskoppeling voor in de stuurinstalatie. Een van de lagers was losgeraakt en de koppeling bleek behoorlijk uitgesleten. Eigenlijk is het stuursysteem onderhoudsvrij, maar blijkt wel regelmatig geinspecteerd te moeten worden.
We maken verdere plannen voor groot onderhoud. Luna Verde is weer toe aan een nieuwe laag anti-fouling. De capaciteit van de service accu’s is na vier jaar behoorlijk afgenomen en we besluiten ze te vervangen door een maatje kleiner , zodat er wat ruimte tussen de accu’s blijft voor koeling. We verwachten dat ze daardoor wat langer meegaan.
Verder blijkt het dek er slechter aan toe dan we gehoopt hadden. Veel van het rubber uit de naden in het teak is verweerd, verpulverd en weggeregend en moet vervangen worden. Als we afspraken gemaakt hebben en de spullen besteld zijn, kunnen we nog even weg. We gaan een weekje naar Sydney, waar we de verjaardag van Wilma vieren.
Sydney ligt 550 mijl zuidelijker, op de 34-ste breedtegraad. Vanuit het vliegtuig zien we het Sydney Opera House en de Sydney Harbour Bridge al liggen. Een indrukwekkende stad met ca. 4 miljoen inwoners. Sydney scoort hoog op de lijst van leefbare steden.
We hebben een bed-en-breakfast gereserveerd in Paddington. Paddington is een wijk van mode. Op de “intersection” (van Oxford street en Glenmore road) tellen we meer dan 25 boutiekjes van jonge ontwerpers met namen als Nicola Finetti, Josh Groot, Sast en Bide, Rachel Gilbert, Alistar Trung, Jac + Jack, Kirrily Johnston, Bianca Spender, Alice McCall en veel anderen. Op zaterdag lopen we naar de Paddington Markets met mode, sierraden en kunst. Alles is “made in Australia”.
Met de bus en de Sydney harbour ferries komen we overal makkelijk en snel. Natuurlijk eerst naar het Sydney Opera House om kaartjes te kopen. De Carmina Burana staat op het programma van de Concert Hall. De uitvoering is indrukwekkend met alle toeters en bellen, twee piano’s en een celesta, een koor van meer dan 150 man en een kinderkoor van meer dan 50. We genieten er geweldig van, ook van de gezellige uitgaanssfeer na afloop van de voorstelling op de terrassen rond het Opera gebouw.
Ook de natuur is overal aanwezig. We lopen door Hyde Park en de Royal Botanic Gardens. In de verte glinstert het Opera House. Parken lijken hier een soort fitnesscentrum. Iedereen beweegt zich en ziet er doorgaans goed uit.
De mensen zijn vriendelijk, beleefd en relaxed . De standaard reactie is: “no worries”.
We gaan een dagje naar het hippe strand: Bondi Beach, een flitsend surfers paradijs. Daar drinken we koffie in het boekencaffee “Gertrude and Alice”, waar je zit in makkelijjke sofa’s en de tweedehands boeken hoog zijn opgestapeld tegen alle wanden. Wilma koopt er een Jamie Oliver kookboek met 30 minuten recepten.
Langs de Bundi Iceberg Club, weaar net een commercial voor Jim Beam geschoten wordt, lopen we verder over het wandelpad langs de kust in de richting van Coogee.
De volgende dag bezoeken we de Rocks, een hystorische wijk, waar het Museum for Contemporary Art is gevestigd.
Er is net een expositie van het indrukwekkend werk van Anish Kapoor, dat moet je echt gezien hebben, vooral van dichtbij. Ook drinken we nog een biertje in het “Old Fitzroy Hotel” in Woolloomooloo, we eten italiaans in Stanley street, Darlinghurst, en Thai’s op Five Ways, Paddington. De laatste dag gaan we naar de Taronga Zoo.
Met het gevoel dat we eigenlijk te kort in Sydney zijn geweest vliegen we op maandag 25 maart weer terug naar de boot in Bundaberg.
.
.
.
.
.
.
.
.
Naar Nederland
Brisbane, dinsdag 6 November 2012
Het cycloonseizoen nadert. We hebben de boot opgeruimd en schoongemaakt. Luna Verde staat nu netjes op de kant in Bundaberg, stevig vastgebonden. De resterende klussen doen we volgend jaar als we weer terug zijn. We hebben Australiers leren kennen als gezellige mensen. Ze komen op tijd en brengen hun eigen drankjes mee.
We vliegen vanaf Brisbane. Het is vier uren met de trein ernaar toe. Dan zien we hoe leeg Australië eigenlijk is. Het is iets groter dan Europa en er wonen slechts 22 miljoen mensen in vijf grote steden. In Brisbane, de hoofdstad van de deelstaat Queensland, ca. 2 miljoen. Brisbane heeft een sub-tropisch klimaat. Het is een moderne stad met een gezellige sfeer, leuk om te winkelen en uit te aan. Verrassend veel paden voor fietsen en wandelen en een lange “board-walk” langs de oever van de Brisbane River.
Aan de zuidoever concentreert zich een levendige art-scene in een omgeving van riante tuinen met een openluchtzwembad met kunsmatig strand. Ook is er het “Qeensland Performing Art Centre”. We gaan er een avondje uit naar de opera Carmen.
Vanochtend leek het alsof iedereen op weg was naar een bruiloft. Vrolijke jurkjes, hoge hakken en alle mogelijke hoedjes. Het is Melbourne Cup Day. Er staan lange rijen voor de loketten van de bookmaker en de paardenrennen zijn op elke staathoek te volgen.
Groot contrast met de oorspronkelijke cultuur, dans en muziek. We maken een indrukwekkend optreden mee van Aboriginals en Torres Strait Islanders.
Na drie dagen lopen door Bisbane vliegen we naar Nederland.











