2000 mijl verder
Stille oceaan, , Vrijdag 16 maart, 10o31’ Zuid, 123o02’ West
Er is niemand te zien. Ook niet op de AIS en niet op de radar. In de lucht wat passaat wolkjes. Het waait erg onrustig, 6 tot 11 knopen recht van achteren. De genua staat uitgeboomd aan loef en we gaan met 4,5 knoop door het water. De stroom loopt mee, een halve knoop. Bij elkaar goed voor meer dan 100 mijl per etmaal. De 2000 mijl vieren we met een flesje wijn bij het eten, kipfilet met bleekselderij, geroosterde paprika, ui, wortel, knoflook, gember en mango chutney. Nu nog 1000 mijl te gaan, elke dag heerlijk eten, maar verder alcohol-vrij.
.
.
Na een vlotte start op zondag 4 maart was de wind al snel op. We moeten verder naar het zuiden om uit het onstabiele weer te komen. Na 8 uur op de motor gaan de zeilen erop. Het is dan nog buiig, maar het waait in ieder geval. De volgende nacht begint het pas echt lekker te lopen. 20 Knopen wind. Een paar dagen achtereen maken we 180 mijl per etmaal. Dat schiet goed op. In buien gaat het er soms stevig aan toe. Een keer loopt de stuurautomaat uit zijn regeling. De genua komt bak te staan en de giek hangt aan de bulletalie. De boot is gelukkig vlot gekeerd en weer op koers.
De nachten zijn heel mooi. We zien de Grote Beer aan stuurboord en het Zuiderkruis, dat in de vlag van Australie staat, aan bakboord. Voor ons staan Venus en Jupiter dicht bij elkaar en achter ons staat Mars. Voor het eerst zien we een stukje van de zuidelijke sterrenhemel.
Elke dag maken we stroom en water en bekijken we de weersverwachting. Er ontwikkelt zich een buiengordel van oost naar west, tussen 6 en 8 graden zuid. Door ten zuiden van 9 graden zuid te gaan, ontlopen we het slechte weer en houden we gunstige wind. ’s Nachts onweert het in de verte.
Via de korte golf horen we elke ochtend de posities van de andere schepen. De ARC-vloot ligt inmiddels al meer dan 500 mijl uit elkaar. De Seaquest, die dicht bij ons vaart, kunnen we bereiken met de marifoon. Erg gezellig. Het is een super moment als we de Seaquest midden op de Stille Oceaan vlakbij passeren.
Met dank aan Seaquest, Jannet, voor de mooie foto’s.
Ontbijt, lunch, en diner zijn vaste momenten van de dag. We eten zeer afwisselend en lekker. Het menu wordt vooral bepaald door wat er rijp is en gegeten moet worden. De visvangst valt wat tegen, slechts een wahoo, maar groot genoeg voor drie personen. Brood bakken gaat uitstekend. Helaas is er een koelkast uitgevallen. Maar die was al behoorlijk leeg en gelukkig hebben we nog een koelkast. Geen probleem dus.
Een grote walvis zwemt ons tegemoet. Hij komt vlak langs, griezelig groot, langer dan de boot, en blaast regelmatig een wolk nevel in de lucht. Het lijkt alsof hij ons niet opmerkt. Gelukkig maar.
Maar nu is de wind bijna op en zal de komende drie dagen niet terugkomen. We dobberen langzaam vooruit. 700 liter diesel zit er nog in de tank. Goed voor 1000 mijl met 6 knopen. Misschien gaan we morgen een dagje motoren.
Overstekende Leguanen
Ayola, Santa Cruz, Galapagos, Equador, vrijdag 2 maart 2012
Rondvaren langs de Galapagos eilanden is tegenwoordig strikt gereglementeerd. We hebben van de ARC een “autografo” gekregen, waarmee we vier havens mogen aandoen volgens een tevoren ingediend vaarplan. In elke haven moeten we inklaren en uitklaren. Dat gaat gepaard met een geweldige papierwinkel, met onduidelijke en steeds wisselende tarieven en computersystemen die niet altijd evengoed communiceren. En dan ontbreekt er een formulier. Dat stagneert de bureaucratie. Niemand heeft haast en wij hebben geleerd geduldig te zijn.
Gelukkig hebben de zeeleeuwen, de leguanen, de pinguins, de haaien, de jan-van-genten, de fregatvogels en de reuzeschilpadden nergens last van. De dieren zijn absoluut niet schuw, wat de Galapagos heel bijzonder maakt. Opvallend is dat hier geen palmbomen groeien (behalve een enkele bij de ingang van hotels). Kennelijk zijn de kokosnoten niet vergenoeg gedreven. Het is er primitief. Er zijn bijna geen wegen maar wel heel mooi aangelegde wandelpaden.
Van Puerto Baquerizo Moreno op Isla San Cristobal varen we in een dag naar Puerto Ibarra, op Isla Floreana. Een soort kleine nederzetting. Het eiland ziet er een beetje saai uit. We varen langs “post office Bay” waar sinds de 18-de eeuw Britse walvisvaarders hun post achtelaten in het “post vat” om door anderen meegenomen te worden naar huis. Dat schijnt nog steeds te kunnen, maar we besluiten niet aan wal te gaan. Scheelt een keertje in- en uitklaren.
Dan naar Puerto Villamil op Isla Isabela. Daar gaan we voorzichtig om de rotsen heen naar een hele mooie ankerplek. Op de rotsen wonen pinguins. Een enkeling laat zich maar zien. De zeeleeuwen zijn weer heel talrijk. Eentje heeft er een slaapplekje gevonden op ons zwemplatform, waar we hem toch maar even wegsturen als we weer terug aan boord willen komen.
In Puerto Villamil zijn de stoepen mooi aangelegd, maar de straten zijn zand en zonder riolering modderpoelen als het regent. En dat doet het een keer per dag heel heftig. In een lokale uitspanning eten we heel smakelijk het drie gangen menu van een soort waterzooi, vis met rijst en linzen en een glas vruchtensap. Langs het wandelpad naar de Schildpaddenfarm komen we veel leguanen en flamingo’s tegen.
Ook de Seaquest komt naar Isabela. Huib Jan regelt een rondrit in een rustiek voertuig met banken en een dak naar de Cave du Sucre (en lava grot, genoemd naar de ontdekker Auguste du Sucre)en de Mirador du Mango (prachtig uitzicht op een indrukwekkende mango boom). Dat het gaat regenen druk de pret niet. We genieten van een late lunch bij de Italiaan en het “happy-hour” op de Seaquest eindigt in een gezellige en overheerlijke maaltijd van Jannet.
Ten slotte naar Puereto Ayora op Santa Cruz. De touristische hoofdstad met veel souveniers, en excursies. Wij hebben het gevoel dat we alles inmiddels gezien hebben en besteden de tijd om de boot weer in te richten en uit te rusten voor de grote oversteek naar de Markiezen (3000 mijl). We wassen en gaan naar de markt voor verse spullen. De ARC regelt dat er diesel aan boord gebracht wordt. Dat gaat wonderbaarlijk goed met tenders met vaten en een pomp. Met nog eens 200 liter diesel extra aan dek in 10 vaten denken we 1000 mijl te kunnen motoren. Dat is misschien wel nodig omdat er nog steeds maar weinig wind is. De zuidoost passaat waait pas ten zuiden van de 7-de breedte graad zuid, en dat is 450 mijl hiervandaan. We zijn van plan om zondag 4 maart te vertrekken en nemen mooie herinneringen aan het jong vulkanisch landschap, de schildpadden en zeeleeuwen en het ongerepte Isla Isabela met ons mee.
Naar Puerto Moreno, San Cristobal, Galapagos
San Cristobal, Zaterdag 18 Februari 2012
Het is ongeveer 900 mijl van Las Perlas naar de Galapagos eilanden. De start is donderdag 9 februari om 12:00. Er is weinig wind voorspeld. Ondanks de voorspellingen vertrekken we met een aardig briesje. Al snel zetten we de gennaker. Met 7 knopen door het water en 2 knopen stroom in de rug gaat het met 9 knopen lekker snel. We kiezen ervoor om eerst wat zuidelijk te varen en dan naar het westen te draaien in de hoop dat we wat langer wind in de zeilen kunnen houden dan de boten, die direct op het doel af varen en zeker in windstilte terecht komen.
Overdag is het warm. ‘s Ochtens hebben we wat schaduw in de kuip van ons parasolletje en ’s middags zitten we in de schaduw van het grootzeil. Van de ARC vloot is al snel niets meer te zien. Via de korte golf hebben we twee keer per dag radiocontact. Een enkel vrachtschip passeert in de nacht. Via de VHF vragen we om een “wide berth” en komen overeen om “starboard-to-starboard” te passeren. We draaien beiden 10 graden bij.
De volgende ochtend doet een brutale meeuw verwoede pogingen om het dek te bevuilen. Hij laat zicht niet gemakkelijk afschrikken, totdat het Michiel lukt om hem in het visnet te vangen. Als Michiel de meeuw later loslaat zien we hem niet meer terug. Kennelijk goed geschrokken. Verder gebeurt er niet zoveel . De ‘Stille Oceaan” doet zijn naam eer aan. Er is een mooie lange deining, en we zeilen rustig met een oostelijk windje richting zuid-west op de evenaar aan.
De boot sturen we op de wind, zodat het kon gebeuren dat we langzaam van koers veranderden tot we bijna terug voeren naar Panama. Tijd om overstag te gaan dus. Code-zero eraf, overstag en genua aantrekken. Maar toen we eenmaal weer goed op de wind lagen voeren we alweer terug naar Panama. Dus alles maar weer terug gezet. De wind bleek een heel rondje gemaakt te hebben. Kennelijk is zoiets niet ongebruikelijk in de doldrums.
Dan is de wind op. Ook de sterke stroom die we lang hebben mee gehad zakt tot onder een ½ knoop. Na 440 mijl zeilen met een gemiddelde van 6.2 knopen door het water en 8 knopen over de grond gaat de motor aan. We halen het net niet meer om dinsdag de 14-de voor het donker aan te komen. Dan maar kalm aan mikken op de volgende ochtend. Met ca. 2200 toeren gaan we 5.5 knoop door vlak water. We gebruiken dan 3.5 liter diesel per uur.
Onze noorderbreedte loopt langzaam terug naar nul. We houden de GPS scherp in de gaten en zitten klaar voor de foto als we over de evenaar gaan. Een mooi moment voor een klein feestje. Nog een dag op de motor en dan zullen we in San Cristobal aankomen op 0 graden en 54 minuten ‘Zuid’.
Een harde klap brengt ons weer even bij de les. Iets in de schroef. We stoppen de moter en Thijs haalt een gemalen bamboe-stok van twee meter onder het schip vandaan. Gelukkig geen schade aan de schroef te zien. Toch maken we ons wat ongerust als de moter bij 3000 toeren blijft steken en niet meer naar 3800 toeren wil. Omdat we voorlopig aan 2200 toeren genoeg hebben varen we verder op de motor. Ook mailen we Contest-After-Sales. Op een suggestie van Ton de Jong controleren we de brandstof toevoer. Het probleem blijkt een verstopt filter op de motor en met een nieuw filter doet alles het weer als vanouds.
Als we San Cristbal naderen zien we als snel de “Kicker Rock”, waar we twee dagen later met een excursie zullen snorkelen. Ook komen we langs de “vijf-vinger-rots”. De merkwaardige vogels die er ziten zijn “blue footed boobies” afwel blauwvoet jan van genten.
Op San Cristobal worden we uitbundig welkom geheten door een groep zeeleeuwen. Dit is dus Galapagos, na bijna 6 dagen en 815 mijl door het water, waarvan 438 mijl onder zeil en 377 mijl op de motor.
Met 8 man sterk komt de politie, de douane, immigration en parkbeheer van Equador ons inklaren. Formulieren worden efficient ingevuld en met een half uur mogen we met de watertaxi naar de kant. Daar wordt de doorgang alweer versperd door een groep zeeleeuwen. Ze liggen sloom op de trappen van de kade. Kennelijk druk bezig met “survival of the fittest”. Ze zien er leuk uit, maar maken veel lawaai en stinken Om te voorkomen dat ze via het achterdek aan boord klimmen hangen we er een paar stootwillen. Dat blijkt effectief.
We maken een spannende excursie. Snorkelen tussen de zeeleeuwen en boven een groep haaien. We zien reuze grote schildpadden en een school roggen. Fregat vogels cirkelen boven ons.
Puerto Baquerito is een drukke haven. Er liggen ca 50 jachten, een aantal 10-15 persoons cruiseboten en elke dag ankeren er vrachtboten. De vracht wordt met tenders naar de kant gebracht. Zo zien we groente, fruit, huishoudartikelen, stenen, cement, en ook een auto en een paard voorbijkomen. De komende week gaan we ook andere eilanden van de Galapagos archipel bezoeken.
.
Van Islas Perlas naar de Galapagos eilanden
Isla Contadora, woensdag 8 februari 2012
In Nederland wordt er een elfstedentocht voorbereid. Hier is het 30 graden.
We zijn naar Isla Spiritu Santo gevaren en hebben er een dagje voor anker gelegen. Wat gezwommen, een kokosnoot met mes en hamer opengebroken de melk gedronken en het vruchtvlees opgeknabbeld. Op de terugweg naar Isla Contadora een tonijn gevangen. De helft voor de lunch gegeten en de andere helft ingevroren. Ook nog een mahi mahi aan de lijn gehad, maar die wist te ontsnappen. Het is hier heel mooi.
Morgen vertrekken we met de ARC van Isla Contadora naar de Galapagos eilanden, ca. 900 mijl. We zijn nu ook te volgen via de fleet viewer van de World ARC:
www.worldcruising.com/WORLDARC2012/viewer.aspx
Er wordt weinig wind verwacht. Daarom de dieselvoorraad weer helemaal aangevuld. Ook de was gedaan en het dek schoon gemaakt.










